Optreden in de rechtszaal

Peter van Baaren heeft zeer uitgebreide proceservaring als advocaat voor zowel de eisende als voor de gedaagde partij en hij heeft door de jaren heen talloze zaken in procedures behandeld. Hiernaast volgt een bloemlezing van uitspraken waar hij als advocaat bij betrokken is geweest en die zijn gepubliceerd.

In 2017 verwacht Peter toegelaten te worden tot het register van mediators om ook als gecertificeerd mediator geschillen te gaan beslechten.

Door de jaren heen heeft Peter geadviseerd aan of in rechte gestaan voor of tegenover aan de NASDAQ, AEX en/of de DAX genoteerde bedrijven, Nederlandse groot zakelijke ondernemingen, BN-ers, Brabantse familiebedrijven, nationale franchisegevers en -nemers, (internationale) distributeurs van home appliances, retailers, groothandelsbedrijven, bedrijven in de maakindustrie, trainingsinstituten, vleesverwerkende bedrijven, non profit organisaties, bedrijven in de bouw, horeca, start ups, ‘de bakker op de hoek’ en particulieren.

Peter is als advocaat betrokken geweest bij de procedure(s) die hebben geleid tot de zgn. Comsys norm. Een voor de faillissementspraktijk relevante doctrine; het arrest geeft nadere invulling van de grenzen van de zgn. doorbraak jurisprudentie.

Gepubliceerde uitspraken

Hoge Raad. Cassatie succesvol ingesteld. Onderdeel II klaagt echter terecht over het oordeel van het hof dat het verrekeningsverbod belet dat Eurostrip haar betalingsverplichting opschort met een beroep op haar eis tot schadevergoeding. Nu het hof niet het tegendeel heeft vastgesteld, moet in cassatie veronderstellenderwijs ervan worden uitgegaan dat het bestaan van de tegenvordering van Eurostrip voorshands aannemelijk is en dat die vordering haar beroep op een opschortingsrecht rechtvaardigt (vgl. HR 21 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9610, NJ 2009/50, rov. 4.6). In dat geval valt niet in te zien waarom Eurostrip niet haar verplichting tot betaling zou mogen opschorten totdat haar tegenvordering wordt voldaan. Die opschortingsbevoegdheid wordt dan ook niet beïnvloed door het verrekeningsverbod. Indien het hof dit heeft miskend, is het uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting.

Verweer geslaagd; geen overgang onderneming. Overgang van de onderneming. Rechtsmacht Nederlandse rechter (artikel 19 EEX-Verordening (Brussel I)); toepasselijke arbeidsrecht (artikel 6 lid 2 sub a EVO-Verdrag). Recht dat van toepassing is op de overgang van de onderneming. Is hier sprake van een (gedeeltelijke) grensoverschrijdende overgang van de onderneming zoals bedoeld in artikel 7:662 e.v. BW en HvJ EG 11 maart 1997, NJ 1998, 377? Nee, met de enkele overhandiging van bedrijfsgegevens is volgens de kantonrechter nog geen overgang van de onderneming tot stand gekomen. Dit is slechts anders wanneer de betrokken werknemer vervolgens voor de verkrijger met de gegevens ter voortzetting van de activiteit van de vervreemder aan de slag gaat. Daarvan is hier evenwel niet gebleken.
Advocaat-optreden-rechtszaal

Vervolg op LJN BJ9652. Beëindiging arbeidsovereenkomst naar Duits recht. Vrijwaring; kosten vrijwaringsprocedure.
Advocaat-optreden-rechtszaal

Hoger Beroep. Wederpartij geen succes bij haar bezwaren tegen de uitspraak van de Rechtbank. Geen aansprakelijkheid bestuurder en/of aandeelhouder ten opzichte van certificaathouder i.v.m. verkoop aandelen (zonder certificaathouder te informeren). Geen schending art. 2:216 BW.
Advocaat-optreden-rechtszaal

Hoger Beroep. Wederpartij geen succes bij haar bezwaren tegen de uitspraak van de Rechtbank. Aansprakelijkheid uitgetreden bestuurder vennootschap voor het saldo van de rekening-courant met die vennootschap. Beroep op verjaring verworpen (artikel 6:140 lid 4 BW).
Advocaat-optreden-rechtszaal

Afwering gedwongen ontruiming, succesvol ingesteld bij Kort Geding. Incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad afgewezen. Maatstaf in de bodemprocedure (belangenafweging) ruimer dan in kort geding.
Advocaat-optreden-rechtszaal

Bij Rechtbank toegewezen en door Gerechtshof bevestigd dat klant recht heeft op minimale vergoedingen. Contractoverneming; samenwerkingsovereenkomst. Uit alle getuigenverklaringen, bezien in onderling verband en samenhang, blijkt niet voldoende zeker dat ook als appellante haar jaarstukken op orde zou hebben gehad, toch geen financier gevonden zou kunnen worden, hetgeen, zo herhaalt het hof, appellante dient te bewijzen. Uit niets blijkt verder dat appellante serieuze pogingen heeft ondernomen om alle mogelijke stukken die een financier zou willen inzien, op orde te hebben, zodat zij zich in elk geval “panklaar” zou kunnen presenteren indien contact met een mogelijke andere financier zou worden gelegd. Kort gezegd: het staat voldoende vast dat appellante verplicht was om jaarstukken op te maken en dat zij in de nakoming van die verplichting te kort is geschoten en dat mede om die reden Leasemij zich volledig terugtrok. Vervolgens heeft appellante de zaak “op zijn beloop gelaten”, kennelijk in de overtuiging dat haar ontbindingsbrieven van juni 2009 tot het door haar gewenste resultaat zouden leiden. Het hof weegt hierbij ook mee dat het, gelet op de slechte resultaten van het samenwerkingsplan, niet onwaarschijnlijk is dat appellante van de overeenkomst af wilde en geen verdere inspanningen meer wilde verrichten.
Advocaat-optreden-rechtszaal

Kort geding. Gevolgen van beëindiging van overeenkomst tot levering van producten die zijn vervaardigd met aan partijen gezamenlijk toebehorende matrijzen. Staken productie maar tegeneis dat Amerikaanse wederpartij moet betalen toegewezen.
Advocaat-optreden-rechtszaal

Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting. Waarschuwingsplicht contractspartij. Zorgplicht fiscaal adviseur. Vergoeding proceskosten vrijwaringsprocedure.
Advocaat-optreden-rechtszaal

De wetgever heeft niet voorzien in de situatie dat (oorspronkelijk) gedaagde meerdere malen, dat wil zeggen bij verschillende aktes of conclusies bezwaren aanvoert tegen meerdere eiswijzigingen die de (oorspronkelijk) eiser in één en hetzelfde processtuk kenbaar heeft gemaakt. Tegen een dergelijke handelwijze hoeft naar het oordeel van het hof in beginsel geen bezwaar te bestaan indien op de onderscheidene bezwaren tegelijkertijd in één uitspraak zal kunnen worden beslist. In de onderhavige situatie bracht het door Lady bij de eerste akte gemaakte bezwaar tegen één van de in de memorie van antwoord in het incidenteel appel opgenomen eiswijzigingen echter met zich dat de hoofdprocedure kwam stil te liggen in afwachting van de onverwijlde beslissing door het hof op het gemaakte bezwaar. Naar het oordeel van het hof mag in zo'n situatie van een partij, die aldus de hoofdprocedure stillegt ter verkrijging van een onverwijlde beslissing op zijn bezwaar tegen een eiswijziging, worden verwacht dat hij al zijn bezwaren tegen de in dezelfde memorie van de wederpartij opgenomen eiswijzigingen in één keer aan het hof ter beslissing voorlegt ter voorkoming van onnodige vertraging van de procedure. Nu Lady in afwijking daarvan heeft gehandeld, komt haar handelwijze in strijd met de goede procesorde die erop gericht is om de procedures sneller en efficiënter te laten verlopen. Lady zal om deze reden niet-ontvankelijk worden verklaard in haar tweede bezwaar.

Advocaat-optreden-rechtszaal

Beëindiging huurovereenkomst. Woonruimte of bedrijfsruimte?
Advocaat-optreden-rechtszaal

Het oordeel van de rechtbank in het tussenvonnis dat de (door [appellante] gestelde) verbintenis van [geïntimeerde] tot betaling een verbintenis is onder tijdsbepaling in die zin dat [geïntimeerde] pas behoefde te betalen nadat hij alle auto's had (door)verkocht, en niet een verbintenis onder opschortende voorwaarde, is onjuist. Kort Geding verloren; in hoger beroep alsnog gelijk aan de zijde van de klant.
Advocaat-optreden-rechtszaal

Omdat eisers zelf de samenwerking beëindigd hebben en de onderhandelingen hebben afgebroken, dienen zij in beginsel de daardoor bij hen ontstane schade zelf te dragen. Dat zou anders zijn indien zij door de handelwijze van [Y] c.s. redelijkerwijze gedwongen waren om de onderhandelingen te beëindigen, om op die manier te voorkomen dat de onderhandelingen zonder zicht op resultaat werden gerekt, alleen omdat geen van beide partijen de onderhandelingen durfde af te breken. Die situatie doet zich echter niet voor. Zaak verloren; klant had in voorfase door diens adviseur de deur in het slot gegooid en was daardoor zelf debet aan de mislukte deal.
Advocaat-optreden-rechtszaal